HPHC = Samenwerken

HPHC werkt samen met uw medewerkers, leidinggevenden en HR professionals. Gericht op duurzame inzetbaarheid.

Maatwerk Arbodienst

U krijgt van uw huidige arbodienst niet de ondersteuning die u nodig heeft? In moeilijke dossiers blijft de terugkoppeling vaag en krijgt u niet het advies waar u en uw medewerker mee verder komen?
 
Dan is het tijd om over te stappen naar HPHC. Wij doen graag zaken met bevlogen werkgevers!

Het gaat om mensen!

Goed HR-beleid richt zich op ontwikkeling van mensen. Het vindt een persoonlijk antwoord op de vraag hoe iemand met plezier kan werken en tegelijkertijd fit en gelukkig blijft. Hoe balans kan worden gevonden tussen werk en privé en hoe een talent zich kan ontwikkelen. HPHC zorgt samen met u voor uw grootste kapitaal: uw mensen. En dat ziet u terug in de jaarresultaten.

Gezonde mensen. Gezond bedrijf.

HPHC helpt uw werknemers fit en in balans te blijven. Want gezonde werknemers vormen een gezond bedrijf. Dat is ons uitgangspunt. Healthy People Healthy Company.
Vragen? Bel of mail ons.
Vragen? Bel 088 222 5777 of
mail ze via het contactformulier 

HR: alles digitaal of toch praatje bij de koffie?

Geplaatst op 29.3.2011

De kwaliteiten van HR-personeel hebben meer invloed op het bedrijfsresultaat dan budgetten, organisatiestructuren en de grootte van afdelingen. Dat blijkt uit een rapport van Bersin & Associates, een internationaal onderzoeks- en adviesbureau. Volgens de onderzoekers is het wel van groot belang dat de HR-afdeling meegaat met de tijd.

In het digitale tijdperk gaan de technologische ontwikkelingen razendsnel. HR-afdelingen kunnen hier hun voordeel mee doen door up to date te blijven. Bersin & Associates zette de belangrijkste ontwikkelingen waarmee rekening moet worden gehouden op een rij.

1. Ga met de tijd mee, wacht niet af

"HR-afdelingen zijn dol op praten over social media, maar tot nu toe heeft bijna niemand er echt iets mee gedaan", zegt technologiedeskundige Bill Kutik. Volgens hem kijken veel managers liever eerst de kat uit de boom voordat ze risico’s nemen. Toch is het belangrijk om soms de eerste stap te nemen als het gaat om technologische ontwikkelingen. Kutik: "Denk aan mobiele applicaties: je zou bijvoorbeeld een iPhone-app kunnen gebruiken voor uren- of verzuimregistratie."

2. Technologie of mensenwerk? Zoek de balans

Alles automatiseren of toch gebruik blijven maken van het praatje bij de koffieautomaat: onthoud dat technologie een middel is, geen doel op zich. Zoek daarom balans. Het is belangrijk om te weten wie je tegenover je hebt: bestaat het merendeel van het personeel uit mensen die vergroeid zijn met hun smartphone? Bied dan services aan via mobiele applicaties. Houd wel het mensenlijke aspect in het achterhoofd: denk goed na over welke services wel of juist niet geautomatiseerd kunnen worden.  

3. Selecteer informatie zorgvuldig

HR-afdelingen worden overspoeld met informatie en nieuwe ontwikkelingen. Het is daarom van groot belang om te kunnen filteren: wat is voor ons van belang en wat niet? Zorg ervoor dat er mensen aanwezig zijn die bedreven zijn in het beoordelen van informatie op waarde.

4. Train in communicatie

De meeste problemen worden opgelost met effectieve communicatie. Zorg er dus voor dat mensen de kans krijgen dit onder de knie te krijgen door trainingen aan te bieden. Begin met de lijnmanagers: uit onderzoek blijkt dat als die goed functioneren, een heleboel andere dingen in de organisatie automatisch ook goed gaan. Denk aan een intern sociaal netwerk waarin personeel kennis kan delen.

5. Meten is weten

Statistiek is belangrijk, probeer er niet op te besparen. HR-afdelingen zijn verantwoordelijk voor het overleggen van bruikbare cijfers die het bedrijf helpen groeien door het geven van inzicht in het personeelsbestand. Wat wordt er concreet bereikt met een investering in technologie? Wat willen we er eigenlijk mee? Maak gebruik van geïntegreerde systemen waarmee verschillende soorten informatiebronnen kunnen worden gekoppeld.

Bron: Bersin & Associates
 
 

Geplaatst in:

De rol van de bedrijfsarts bij een spoor 2 of externe re-integratie

Geplaatst op 28.3.2011
Wat kunnen en mogen werkgever en werknemer verwachten?
 
Weer aan de slag gaan bij een andere werkgever in een andere functie. Als de werknemer door ziekte niet meer kan terugkeren in zijn oude baan of een andere bij de eigen werkgever, is er sprake van een spoor 2 re-integratie. Dit geldt niet voor werknemers die naar een andere werkgever worden begeleid of in een exit-traject belanden omdat ze onvoldoende presteren of die gewoonweg niet op de juiste plek zitten.
 
1e Klas 2e spoor re-integratie. Dat was het thema van de ‘Eet en Weet bijeenkomst’ van adviesbureau Dijk en Emmerik op 10 maart. HPHC leverde een bijdrage aan deze bijeenkomst vanuit bedrijfsgeneeskundig perspectief. In dit stuk zetten we de belangrijkste punten uit deze bijdrage op een rij. Zie voor een samenvatting van de middag de website van Dijk en van Emmerik.
 


Spoor 1 re-integratie: herplaatsing binnen de eigen organisatie

Terugkeren in het eigen werk is het doel van alle vormen van re-integratie. Meestal lukt dit ook, bijvoorbeeld met kleine aanpassingen op de werkvloer. Soms is het echter onmogelijk voor een werknemer om zijn oude werk weer te hervatten. De werkgever moet dan eerst op zoek naar een oplossing binnen het eigen bedrijf: is er een plek waar de werknemer wel aan de slag kan?

Als dat het geval is, wordt bekeken of de medewerker op den duur weer zou kunnen terugkeren naar zijn oude plek. Is de medewerker blijvend beperkt en kan dit dus niet, dan kunnen er afspraken worden gemaakt. Samen kan worden besloten dat de werknemer het aangeboden werk structureel gaat doen, wat vervolgens in een contract wordt vastgelegd. In dit geval is er sprake van een spoor 1 re-integratie: herplaatsing bij de eigen werkgever omdat de werknemer door ziekte en/of gebrek niet meer terug kan naar zijn eigen baan. De werknemer wordt niet hersteld gemeld, de wachttijd wordt doorlopen en het UWV beoordeelt het traject. Verdient de medewerker tot 35% minder in zijn nieuwe functie? Dan keurt het UWV de re-integratie doorgaans goed.
 

Spoor 2 re-integratie: herplaatsing buiten de eigen organisatie

Als de werknemer door ziekte en/of gebrek niet meer terug kan naar de eigen baan en er is ook geen andere plek binnen het bedrijf waar hij/zij aan de slag kan, is er sprake van een spoor 2 re-integratie. Er wordt een traject gestart waarin de werknemer elders re-integreert, eventueel door middel van omscholing.

Bij een spoor 2 re-integratie zijn dus twee zaken belangrijk:

  • De werknemer kan door ziekte en/of gebrek niet langer het eigen werk verrichten.
  • Er is geen andere passende functie bij de huidige werkgever beschikbaar.
 

De rol van de bedrijfsarts

Kan de werknemer wel of niet terug naar het eigen werk? Moet er een re-integratietraject worden gestart? En kan dat dan het best binnen of buiten de eigen organisatie gebeuren?

Bij het beantwoorden van die vragen speelt de bedrijfsarts een belangrijke rol. 

HPHC werkt bij de werkgever op locatie en heeft zo een realistisch beeld van de kansen en beperkingen. De bedrijfsarts bekijkt de werkplek met eigen ogen en kan zo effectief beoordelen of een werknemer met gezondheidsklachten zijn eigen werk kan blijven doen. Is dat niet het geval, dan kan de bedrijfsarts de werkgever weloverwogen adviseren om de werknemer ander werk aan te bieden en kan meteen samen worden bekeken welke functie passend is. Op deze manier wordt maximaal gebruik gemaakt van de expertise van de bedrijfsarts: belasting en belastbaarheid worden goed op elkaar afgestemd. 

Soms komt de bedrijfsarts tot de conclusie dat iemand niet arbeidsongeschikt is, ook al zegt de werknemer zich niet goed te voelen. Vaak worden die klachten veroorzaakt doordat iemand niet (meer) past bij zijn/haar baan. Het niet op de juiste plek zitten leidt tot stress en de werknemer meldt zich ziek. Dan is het van essentieel belang dat goed wordt bekeken wat er precies aan de hand is. Feitelijk gezien is er geen sprake van ziekte en/of gebrek en dat moet ook zo worden benoemd om te voorkomen dat er onnodig een langdurig en kostbaar re-integratietraject wordt gestart. Zowel de werknemer als de werkgever hebben hier immers niets aan.

De bedrijfsarts heeft vastgesteld dat de werknemer z’n eigen werk voorlopig niet kan doen. Dit moet goed worden onderbouwd, zeker als de arbeidsongeschiktheid lange tijd duurt en tot blijvende arbeidsongeschiktheid in het eigen werk leidt. Die onderbouwing is deels terug te vinden in het medisch dossier, dat de werkgever niet mag inzien. Het is daarom belangrijk om te werken met gecertificeerde professionals.
 

 

Wat kunt u en mag u verwachten van uw bedrijfsarts

  • Een onderbouwd advies over hoeveel en welk werk een medewerker nog aan kan.
  • Een grondige analyse en onderbouwing in een rapportage waarin duidelijk wordt uitgelegd waarom de medewerker niet terug kan naar het eigen werk.
  • Een prognose.
  • Een advies over passend werk binnen of buiten het eigen bedrijf.

Als de prognose uitwijst dat de werknemer niet meer kan terugkeren in zijn/haar functie, wordt samen met de werkgever een oplossing gezocht. Van beide partijen wordt verwacht dat ze initiatief tonen en met suggesties komen om passend werk te vinden. Dat kan alleen als duidelijk is hoe het ervoor staat met de werknemer: wat kan hij/zij nog wel en wat past er bij hem/haar? De bedrijfsarts kan u daarbij helpen: in een rapportage omschrijft de bedrijfsarts de mogelijkheden van de medewerker. Aan de hand van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) wordt bekeken welke functie past bij de mogelijkheden en de beperkingen van de werknemer.  Het is belangrijk dat dit zorgvuldig en conform de richtlijnen wordt gedaan: de FML is immers het uitgangspunt van de opbouw van een nieuwe carrière. Als er bijvoorbeeld ten onrechte beperkingen in de lijst worden opgenomen, kan het de zoektocht naar ander werk ten onrechte flink bemoeilijken. Dat kan weer verstrekkende gevolgen hebben voor het verdere re-integratietraject, bijvoorbeeld omdat er intern geschikte alternatieve functies afvallen en er zo onterecht voor wordt gekozen dat de medewerker een nieuwe baan moet zoeken buiten het eigen bedrijf.

U mag van de bedrijfsarts verwachten dat deze een FML opstelt zoals de verzekeringsarts van het UWV dat in het kader van de WIA ook zal gaan doen, zeker in het tweede jaar van de re-integratie. Hier zijn richtlijnen voor. Vraag uw bedrijfsarts om conform deze richtlijnen een FML op te stellen zodat met name duidelijk wordt waarom iemand minder uren aan de slag kan en in welke mate er sprake is van psychische klachten.

Op basis van de Functionele Mogelijkhedenlijst en de mogelijkheden die de bedrijfsarts heeft beschreven, komt de arbeidsdeskundige tot een conclusie. Dit gebeurt in samenspraak met de werkgever en de werknemer en het beantwoordt de vraag of de medewerker binnen of buiten het eigen bedrijf aan de slag kan.
 

Conclusie           

Een succesvolle spoor 2 of externe re-integratie hangt af van de inzet van de werkgever en medewerker in het hele traject. De bedrijfsarts is adviserend en op cruciale momenten betrokken bij een dergelijk traject. De bedrijfsarts speelt dus een belangrijke rol: zijn conclusies vormen de basis voor de keuzes die moeten worden gemaakt. Het is daarom van groot belang dat u kunt vertrouwen op gedegen, professioneel advies omdat dit het verdere beloop van de re-integratie en het vermogen om inkomen voor de medewerker bepaalt.

Maar weinig spoor 2 of externe re-integratietrajecten verlopen succesvol. Het UWV toetst het re-integratieverslag dat bij een WIA aanvraag wordt ingediend dan ook zeer zorgvuldig. Als de instantie bepaalt dat de medische onderbouwing onvoldoende is of dat er onjuiste keuzes worden gemaakt, kan dat resulteren in een boete met een loonsanctie die kan oplopen tot een volledig jaarsalaris.

Laat u dus bijstaan door gecertificeerde professionals. Uitspraken in de arbeidsbelastbaarheid kunnen alleen worden gedaan door bedrijfsartsen. Zij zijn bij uitstek in staat om te demedicaliseren met behulp van een gedegen analyse, ook duidt de bedrijfsarts de samenhang van ziekte, klachten en beperkingen waarmee langdurige re-integraties kunnen worden voorkomen.


Geplaatst in:

TNO: Verkeersveiligheid moet in arbobeleid

Geplaatst op 18.3.2011

Verkeersveiligheid krijgt te weinig aandacht in het arbobeleid van bedrijven. Dat meldt onderzoeksinstituut TNO. Jaarlijks komen er ongeveer 60 mensen om in het verkeer tijdens het werk en raken 750 werknemers gewond. Het aantal slachtoffers kan volgens TNO flink omlaag. "Als wij er in Nederland werk van maken, scheelt dat mensenlevens", aldus Innovatiedirecteur Arbeid Paulien Bongers.

Beroepschauffeurs en vrachtwagenchauffeurs hebben het meest riskante beroep volgens TNO: een derde van de verkeersongelukken gebeurt tijdens het rijden van en naar vergaderingen en klanten of tijdens goederenvervoer. Politie, brandweer en postbezorgers staan op de tweede en derde plek in de top drie van het meest riskante beroep. Loodgieters en fitters staan op vier. De bestelauto’s en –busjes waar zij mee rondrijden zijn betrokken bij bijna één op de vijf verkeersongevallen tijdens het werk, aldus TNO.

Volgens Innovatiedirecteur Bongers is het belangrijk dat werkgevers zich bewust zijn van de risico’s. "Werkgevers hebben vaak geen idee van de kosten die verkeersongelukken met zich meebrengen, laat staan de imagoschade als een vrachtwagen met jouw logo erop net een fataal ongeluk heeft veroorzaakt."

Maatregelen

Volgens TNO kunnen werkgevers met enkele simpele maatregelen de veiligheid al flink verbeteren.
  • Zorg dat medewerkers regelmatig hun ogen laten testen.
  • Bied medewerkers een cursus ‘Het nieuwe rijden’ aan.
  • Wees kritisch in de selectie van lease- en bedrijfsauto’s. Medewerkers kiezen vaak voor het leuke of snelle model, dus maak eerst een selectie van veilige en degelijke auto’s om uit te kiezen.
  • Geef medewerkers korting op controlebeurten.  
 
Bovendien doen transportbedrijven er volgens TNO goed aan om vermoeidheidsmanagement in te zetten.  Bongers: "Met genoemde maatregelen moet werkend Nederland een schoolvoorbeeld worden van goed en net weggedrag. Dat maakt het verkeer voor ons allemaal een stuk veiliger."

Bron: TNO


Geplaatst in: